geselecteerd als gefixeerd bericht

Jochem Talsma en Jochem Westeneng op stage
Welkom op onze weblog!
Wij zijn op stage geweest in Sri Lanka van september 2005 t/m december 2005 en januari 2006. Hieronder kan je al onze verhalen en belevenissen uit die tijd lezen. De log wordt nu niet meer bijgehouden, maar de verhalen blijven nog een tijdje online staan.
Wij studeren allebei aan de Universiteit Twente en zijn op stage geweest voor de minor As the World Turns.

Winterkou, schaatsen (?!) en stroopwafels

Zondag geland, en meteen aan het inburgeren geslagen. Dat begon al lekker bij de overstap in Frankfurt waar een touch-screen infozuil en onbemande magneetzweeftrein de weg naar de juiste gate wezen. Terug in Nederland wachtten erwtensoep, stroopwafels en zelfs natuurijs.
Ons weerzien gisteren en vandaag in Enschede was nog mooier geweest als ik (Jochem, niet Fundi) mijn schaatsen niet in Breda had laten liggen, zodat Fundi vanmorgen alleen met een huisgenoot naar het Lonnekermeer fietste om daar anderhalf uur rondjes te schaatsen . “Het ijs was werkelijk prachtig, alleen de koek & zopie miste nog”, sprak een tevreden Fundi zonder medelijden.
Allebei ervaren we dat Nederland snel went, en het lijkt alsof er maar een week verstreken is sinds we in september vertrokken. Vanavond de eerste beginnerswedstrijd van Pro Deo in de Vrijhof: neus in boter voor Jochem.

Dit was ons laatste bericht op deze weblog. Vanuit de cockpit: bedankt voor het lezen en we hopen dat u de volgende keer weer met ons reist. Ajuuuus!

Met grote vastberadenheid?

Het is voorbij…
Woensdagmiddag gaf ik mijn presentatie. De Assistant General Manager (AGM) en de Deputy (DGM) waren er inderdaad, maar niet helemaal om de afgesproken 2 uur ‘s middags. “Zij zijn de baas, dus ze kunnen rustig wat later komen”, zei Wiki al. “Wat later” werd 15:45 uur voordat mijn presentatie begon. Ach, ik had die middag verder toch niks gepland… Toen de hoge gasten er eenmaal waren kreeg ik helemaal niet de indruk dat ze zich zo bazig opstelden. Zeer vriendelijk en geïnteresseerd in mijn tijd hier en wat ik van Sri Lanka vind, enfin het standaard praatje. Ik had ze op Fundi’s verjaardag in oktober ook al ontmoet, dus dat scheelde ook wel.
Over de presentatie zelf valt niet zo veel te zeggen. Zoals dat gaat met presentaties in de warme benauwde zaaltjes: het duurt altijd te lang en het is meestal een saai verhaal. Een ideale gelegenheid om wat nachtrust in te halen dus. Maar voor Sri Lankaanse presentatie-begrippen viel het nog best mee: alleen op de achterste rijen zag ik mensen wegdommelen (daar zaten ook vooral de mensen die geen Engels kunnen, dan zou ik de moed ook al snel opgegeven hebben) en alleen de telefoon van de AGM ging constant af. Na mijn verhaal was het ook alleen de AGM die een paar vragen kon verzinnen. De rest leek er niet heel veel van begrepen te hebben… dan lezen ze mijn rapport straks maar.
Om deze AGM-DGM gelegenheid goed aan te grijpen gaf Wiki nog even de presentatie van Fundi en Mr. Sepala die van Joost Vos (een eerdere student hier). Die gingen beide over pompstations en waterbesparingen en extra inkomsten enzo. Daar hebben ze allemaal wat meer kaas van gegeten, dus daar ontstond wel een discussie over. De hoge heer en dame waren zeer geïnteresseerd. Zo veel zelfs dat ze terplekke besloten om de volgende dag Kalthota in te trekken om het project van Fundi met eigen ogen te aanschouwen! Achteraf hoorde ik dat ze toestemming hebben gegeven voor een uitgebreider onderzoek, dus Fundi: daar mag je zeker trots op zijn!
Nog even terug naar woensdagavond: tijdens het napraten over de presentaties gaf Mr Somathilaka aan dat hij er op stond dat ik met de AGM ging squashen. Voor mij was weinig overtuiging nodig, de AGM stribbelde wel wat tegen maar kwam natuurlijk wel opdagen bij de squashbaan. Het was de eerste keer dat hij squashte en sportkleren had hij natuurlijk niet meegenomen uit het verre Colombo, dus stond hij er gewoon in overhemd en pantalon. Nadat Mr. Somathilaka iets Singalees tegen hem zei wat ik interpreteerde als “Hee kerel, zo verlies je sowieso”, ging de pantalon uit en stond hij in zijn boxershort. Zijn aanzienlijke buik nog wel verstopt onder het overhemd gelukkig. Ik had echt moeite mijn lachen in te houden. Onder toeziend oog van bijna alle ingenieurs stond hij zich uit te sloven om steeds net niet bij een bal te kunnen, ondertussen onbewuste pirouettes en sprongetjes makend. Hij stond letterlijk in zijn hemd. Op zulke momenten ben ik altijd net mijn fotocamera vergeten…
Maar iedereen vond het leuk en hijzelf ook, en met zijn reputatieschade zal het ook wel meevallen. Daarna hebben we getweeën nog even gezwommen onder de sterrenhemel om het goed te maken.

Donderdag ochtend begon het afscheid nemen. In Balangoda heb ik Vinoth gedag gezegd. Hij is echt een goede vriend geworden, dus dan is het erg raar en onwerkelijk om doei te zeggen, met een grote kans dat je elkaar nooit meer ziet. Voor mij was het nog een stuk makkelijker dan voor hem: ik zeg hier doei, maar tegelijk weer hoi tegen alle familie en vrienden thuis. Gelukkig heeft hij ook iets om naar uit te kijken: hij krijgt waarschijnlijk een baan als supervisor in een restaurant in Oman. Weliswaar geen Europa of Amerika, maar toch een buitenland.
Het afscheidsfeestje voor mij in de VIP Bungalow ging helaas niet door, omdat er twee ingenieurs in Colombo zaten en Mr. Somathilaka zelf naar een begrafenis moest. In plaats daarvan werd ik door Wiki uitgenodigd voor het avondeten bij hem en hadden we vandaag een lunch met alle ingenieurs in de Circuit Bungalow hier. Ook heel gezellig.

Dan is straks alweer het laatste moment van alles hier aangebroken. Om er alvast even melancholisch over te doen: ik loop over een uurtje voor de laatste keer het Power Station uit, ik duik hier morgenochtend nog even voor het laatst het zwembad in en ik eet vanavond voor de laatste keer bij Shantha…


Eekhoorn,
Ik ga weg en ik kom nooit meer terug.
Je denkt natuurlijk: ja, ja, dat zegt hij altijd.
Maar nu is het echt zo!
IK KOM NOOIT MEER TERUG
Als je hier was zou je zien hoe ik deze brief schijf.
Met grote vastberadenheid.
Zo heet dat.
Met grote vastberadenheid deel ik je mee dat ik wegga en nooit meer terugkom.
Mijn besluit staat vast.
Als deze brief af is vertrek ik. Als je deze brief leest ben ik al ver weg.
Als je me nog iets mee wilt geven voor onderweg dan moet dat nu. Anders is het te laat. Honing of zoiets. Maar niet zo’n grote pot. Die kan ik toch niet dragen. Alleen als het roomhoning is, daar mag wel een grote pot van, want van zo’n pot kan ik twee kleinere potten maken. Of een kistje met gestoofde suiker, dat mag ook. In elk geval moet het zoet zijn.
Voor ik vertrek kom ik nog wel even bij je langs om het op te halen. En als het toch te groot is om mee te nemen, dan is dat niet erg. Dan eten we er net zo veel van op tot het klein genoeg is. Te klein is erger. Want wat dan? Maar daarna, eekhoorn, daarna ga ik toch weg………
Tot straks,
De mier

Van Toon Tellegen, geleend via de site van ex-knorren Jort en Nienke, net voor een jaar naar Zuid-Amerika vertrokken.
Of ik hier echt nooit meer terug kom? Dat kan ik natuurlijk niet met grote vastberadenheid zeggen…

Worstelend naar het Westen?

Ik zou nog iets vertellen over de Grote Droom van veel Sri Lankanen om in een Westers studeren, werken of gewoon even te kijken. Dat dat niet zomaar kan, heeft natuurlijk alles te maken met wereldpolitiek, noord-zuid verhoudingen en geld.
Afgelopen week liep ik ‘s avonds een keer door de hoofdstraat van Balangoda en bij een van de weinige winkels met een glazen pui (waar ze mooie flatscreen tv’s verkopen) stonden zeker dertig mensen buiten te kijken naar een wedstrijd die op alle vijf tv’s in de etalage werd uitgezonden. Binnen stond een eenzame verkoper naar een andere tv, maar dezelfde wedstrijd te kijken.
Het was een worstelwedstrijd. Toen ik erbij kwam staan, had de gespierde, extreem breedgeschouderde blanke beer zijn wat slankere Aziatische tegenstander al tegen de grond gedrukt en in de houdgreep. Hij hield stevig vast.
Zo gaat het in de wereldpolitiek en -economie natuurlijk ook, de blanken houden de hele wereld al eeuwen in een houdgreep. De politiek speelt zich voor de bevolking af op een ver hoog podium, achter glas en een duur flatscreen. Alleen als je veel geld hebt, kan je erbij. In Nederland is de politiek nog best ‘dicht bij de mensen’. Maar in Sri Lanka wordt je echt alleen lid van een grote politieke partij als je heel veel geld hebt. In het parlement zitten meer edelstenenhandelaren dan afgestudeerden van een universiteit.
Gelukkig zijn er andere manieren om mee doen en aan de goede kant van het glas te komen. Als Aziaat kan je best een kaartje kopen voor het supportersvak van de blanke en zo meedoen met het leven daar als student, werknemer of toerist. Maar de prijzen voor de kaartjes zijn hoog en de security check bij de ingang is streng. Sommige Sri Lankanen lukt het om erdoor te komen, zoals Nayanakumara die hier bij het Power Station als ingenieur werkte en nu bij Norotel in Zweden. Velen lukt het niet, zoals Vinoth, en voor hen blijft het een Grote Droom.
Dat verschil drijft volgens mij wel een soort wig tussen de mensen hier. Het is een statussymbool als je in het buitenland geweest bent (India en Thailand tellen niet mee, dat is te makkelijk).
Na een paar seconden tikte de Aziaat af, als teken van overgave, maar de blanke had het niet in de gaten en de scheidsrechter moest tussenbeide komen om de Aziaat te bevrijden en de blanke tot winnaar uit te roepen. De dertig Sri Lankanen in de hoofdstraat hadden het wel weer gezien en gingen door met waar ze daarvoor bezig waren.
Ik liep ook door, richting bank, om weer een stapeltje duizendjes uit de muur te trekken. Ik pak volgende week het duurbetaalde vliegtuig naar de ‘supporters’ van de breedgeschouderde Balkenende.

Hoewel ik helemaal niet hou van voetbalcommentatoren die een wedstrijd gaan nabeschouwen als er nog 10 minuten te spelen zijn, wil ik nu toch alvast even terugkijken op mijn tijd hier in Sri Lanka. Van de ’24 things not to miss’ die mijn Rough Guide to Sri Lanka noemt, heb ik er maar 5 gemist. Ik heb natuurlijk veel meer mensen en dingen gemist hier, maar die stonden niet in de Rough Guide. Mijn belofte in september aan het Immigration Department dat ik een verlenging van mijn visum wilde om the beautiful country te gaan bekijken, heb ik zeker kunnen inlossen! Ook de afgelopen vijf weken alleen hier in het huisje gingen best goed. Het was gelukkig geen eenzame dobbering op de oceaan met een (Tamil) tijger aan boord van de reddingsboot.
Die Tamil Tijgers (LTTE) zijn wel weer aan het brullen trouwens. In het noordoosten is het eigenlijk alweer oorlog, heel triest. Maar hier hoor en merk ik er bijna niks van. Het is wel eens op het (door de overheid gecontroleerde) nieuws dat de LTTE weer een bom of granaat gelanceerd heeft richting het leger, tussen alle berichten door dat de president weer een aantal ontwikkelingsprogramma’s gelanceerd heeft en dat de NASA iets richting Pluto gelanceerd heeft. Een raar soort censuur vind ik dat, alleen berichten toestaan waarin het woord launched voorkomt. Het leger gebruikt in haar tegenaanvallen blijkbaar wapens waarmee je moet schieten i.p.v. lanceren, want over acties van het leger hoor ik nooit iets.
De mensen hier reageren ook nogal laconiek op die oorlogsberichten, nu ze al meer dan twintig jaar burgeroorlog gehad hebben. Een collega zegt wel eens ‘er was weer een aanval van de LTTE’, maar veel meer droefheid dan in de boodschap ‘Ajax heeft alweer verloren dit weekend’ lijkt daar niet in te zitten.

Ik hoop donderdag nog een kort verslagje van mijn presentatie op de log te kunnen zetten, maar ik kan niks beloven. De foto’s zijn wel weer bijgewerkt, inclusief die van mijn gave 40km lange fietstocht van gisteren!

Zuidelijke welvaart

Wat later dan gepland, maar toch weer een verhaaltje. Foto’s krijg ik hier niet online, hopelijk komend weekend in Balangoda.
Met nog maar anderhalve week te gaan hier, begint het afscheid nemen al bijna. Raar idee om weg te gaan, ik ben hier nu al zo lang… Maar ik heb ook wel veel zin om weer naar huis te gaan. Je kan een land natuurlijk nooit volledig gezien en beleefd hebben, maar ik heb ook niet het idee dat ik hier nog veel wil doen en zien enzo.

Niet dat er hier niets meer gebeurd, want afgelopen weekend was wel weer een mooie gastvrije Sri Lankaanse belevenis. Wiki had me meegevraagd naar het huis van zijn ouders in het zuiden, daar waar hij en zijn tien broers en zussen zijn geboren en opgegroeid. Ik reisde er op donderdagmiddag heen, want vrijdag was het volle maan (poya) en dus een vrije dag. Twee van zijn zussen waren er ook het weekend, met man en kinderen, en zijn oudste broer (alweer een Boeddhistische monnik) kwam ook even langs. Een vol huis dus. Wat ik de vorige keer over die monnik bij Shantha schreef, geldt blijkbaar niet overal. Deze keer werd er voor de monnik binnenkwam even vlug een stukje witte stof slordig over een stoel gegooid, waar hij dan op ging zitten. Geen religieuze handelingen, maar heftige discussies met de rest van de familie waarin de monnik het hoogste woord voerde. Allemaal in het Singhalees helaas. Hij bleek wel goed engels te kunnen, en zo kwam ik er achter dat hij in Moskou gestudeerd heeft, nu in Sri Lanka bij een touroperator voor rijke toeristen werkt (vooral voor Russen) en zowat maandelijks de wereld over vliegt. Een paar weken geleden bezocht hij met een Russische vriend/klant per helikopter de highlights van Sri Lanka. Komende week gaat hij even naar Engeland en Letland, en zo is hij dus ook wel eens in Amsterdam geweest. Die bezoekjes zijn om het Boeddhisme over de wereld te verspreiden en om (rijke) vriendjes te maken. Hij gaf me zijn visitekaartje…
Ze zijn allemaal wel behoorlijk goed terecht gekomen, zeker voor Sri Lankaanse begrippen. Wiki en al zijn broers en zussen hebben aan een universiteit gestudeerd, een broer woont in Londen en een ander in Dubai. En ze hebben het zeker getroffen met hun moeder, want die echt geweldig koken!

De rest van het weekend verbleven we ook in de betere kringen. Vrijdag reisden we nog verder naar het zuiden. Naar Matara, bijna het zuidelijkste punt van het eiland. Toen ik daar op het strand stond, was er tussen mij en Antarctica niet dan ruim 16000 km Indische Oceaan. Eerder die dag hebben we het blowhole bij Tangalla bekeken en de grottempels in Mulgirigala bezocht. Dat eerste is een rotsspleet van zo’n 20m diep en een meter breed, dwars op de zee. Volgens Wiki comprimeren hoge golven de lucht tussen de rotsen en die stuwt dan een waterstraal een meter of tien de lucht in. Dat geeft dan een leuk geluid, naast het gegil van Sri Lankanen die niet nat willen worden van het zeewater maar dat dus toch worden. Ik zal er komend weekend eens een fotootje van online zetten. Die grottempels waren een soort combi van Dambulla en Sigiriya, en best indrukwekkend.
In Matara sliepen we bij de zus van Sepali, de vrouw van Wiki. Haar man is bankmanager en dat is te zien aan hun huis. Ik had een flinke slaapkamer en aangrenzende badkamer voor mij alleen! Het bed lag heerlijk, maar dat vond een mierenvolkje ook: bij het optillen van het matras zag ik dat ik toch niet alleen was in die kamer. Even de gastvrouw ingeschakeld, maar dan komt het probleem: hoe verwijder je een hele kolonie mieren als je als Boeddhist vanwege het geloof in reïncarnatie geen dieren mag doden? En dan was het nog Poya ook, een dag waarop je als Boeddhist even extra je best moet doen. Wiki wist er wel wat op: we don’t kill them, we remove them. In beide gevallen zou ik het vertalen met ruimen, zoals ze dat in Nederland zo goed kunnen met vee.
Zwemmen in zee is me helaas niet geluk dit weekend want het was nogal regenachtig. Hier in het zwembad lukt het ook al niet, want dat hebben ze laten leeglopen om de tegelvloer te repareren, wat ook wel hard nodig was. Het is inmiddels wel weer gevuld, maar om dat wat sneller te laten gaan hebben ze er met een paar tankauto’s rivierwater ingegooid. Nu zijn ze dus bezig de modder weer uit het zwembad te vissen. Ik schijn over drie dagen weer te kunnen zwemmen…

Na dit fantastische weekend brak de op een na laatste week voor mij hier aan, die nu alweer bijna voorbij is. Voor mijn stage is het nu nog even de laatste dingen bedenken en opschrijven die af moeten zijn voor mijn presentatie op woensdag middag. De Assistant General Manager en Deputy General Manager van het CEB komen helemaal uit Colombo voor mijn presentatie, dus dat is wel erg gaaf. De General Manager, de minister en de president zijn helaas verhinderd .
Op zondag de 29e kom ik om 12:25 uur aan met vlucht KL 1766 (vanuit Frankfurt), dan weten jullie dat alvast. Dus de touringcars om alle belangstellenden naar Schiphol te vervoeren kunnen gehuurd worden, de spandoeken beschilderd en zet dat krat Grolsch ook waar alvast koud. Tot snel!

Boeddhistische gastvrijheid

Voor ik het vergeet zeg ik het eerst maar even: de foto’s die ik dinsdag vergeten was, staan nu wel online.

Dat heb je soms, dat je ‘s ochtends echt niet zou weten wat er nu weer op de weblog moet, want de hele week is er niets bijzonders gebeurd, en ‘s avonds blijk je toch iets meegemaakt te hebben wat je echt met de wijde wereld moet delen.
Gisteren (zaterdag) aan het begin van de middag stond Shantha (=Santeh, maar nu hoe je het echt blijkt te schrijven) voor de deur. Of ik zin had om even mee te gaan naar het huis van de familie van zijn vrouw. Ik had nog niet echt iets gepland voor de dag, dus waarom zou ik niet meegaan. Ik verwachte dat het voor mij een ‘standaardbezoekje’ aan een Sri Lankaanse familie zou zijn, zoals ik die al vaker meegemaakt had bij o.a. Mr. Somathilaka, Wiki en bij Shantha zelf: Je wordt zeer gastvrij uitgenodigd en onthaald en krijgt direct thee en een schaal met zoveel cakejes en typisch Sri Lankaanse koekjes voorgezet dat je er makkelijk mee zou kunnen dineren. Dan zijn er vaak twee soorten onderwerpen: de trotsen van de gastvrije familie en de nieuwsgierigheid in de vreemde bezoeker. Bij dat eerste zijn er natuurlijk de (familie)foto’s die getoond worden: al of niet vergeelde plaatjes uit succestijden. Bij Shantha zijn dat de foto’s van zijn zoon Thilanka waarmee hij vorig jaar naar India is geweest voor een crickettoernooi waar hij aan meedeed, bij Vinoth waren het foto’s uit het jaar dat hij in Colombo bij de Kentucky Fried Chicken werkte. Natuurlijk moet het huis laten zien worden, alle familieleden voorgesteld (ouders, ooms, tantes, neven en nichten wonen soms in hetzelfde huis) en worden er nog meer van de geweldige kookkunsten voorgezet in de vorm van cakejes, koekjes en soms rice&curry. Bij de interesse in mij (of ons, in Fundiaanse tijden) gaat het vooral om wat ik van Sri Lanka vind, of we dit of dat in mijn land ook hebben en hoe duur alles er wel niet is (en hoeveel Rupees is dat dan?). Dat een kilo rijst wel eens een euro kan kosten en een kilo bananen nog meer, is toch echt onvoorstelbaar. Dat is hier beide omgerekend nog geen 30 eurocent…
Als je op bezoek bent in een huis waar ook mensen van buiten die familie zijn, of het is een meer openbaar feestje van iemand, dan speelt het showen ook mee. Want contacten hebben met een blanke staat voor een soort status. Dat zo’n blanke (wiens soort toch de wereld regeert) de tijd en de moeite heeft genomen om bij jou langs te komen en interesse getoond heeft in jouw familie, daar mag je mee pronken. Vooral bij armere families geldt dat. Het is net alsof Sinterklaas bij je langs komt, als enige bezoek in de straat.
Bij elk bezoek en in elk huis is het natuurlijk wel weer anders, zo’n bezoek bij een Sri Lankaanse familie is in elk geval elke keer weer een hoogtepunt!

Maar deze keer was het echt anders, en niettemin een hoogtepunt. Ik was namelijk eens niet de hoogste gast. Ik moest er zelf ook even aan wennen…
De familie van Shantha’s vrouw, Anulla, woont zo’n 30km van Kapugala. We gingen er met Shantha’s tuktuk heen. Shantha, zijn dochtertje Sachini, een broer van Anulla en ik. Anulla zelf bleek daar al te zijn. Die broer van haar is een Boeddhistische monnik en bezocht zijn ouderlijk huis. Monniken hebben hier een behoorlijk hoog aanzien. Als er bijvoorbeeld een monnik de bus in stapt, wordt, hoe stampvol de bus ook is, altijd de voorste bank voor hem vrijgemaakt. Toen we daar het huis binnenkwamen, bleek er stoel centraal in de kamer klaar te staan voor de monnik. Voor Sri Lankaanse begrippen was het een fauteuil, en hij was compleet bedekt met een wit kleed. Er stond een klein tafeltje voor, ook met wit kleedje. Toen hij ging zitten knielden direct alle familieleden een paar seconden voor hem neer. Ik was inmiddels naar een bankje aan de zijkant gedirigeerd. Hij kreeg natuurlijk direct een kop thee en wat lekkers te eten en de volgende anderhalf uur was hij bezig met allerlei rituelen waar ik helaas de betekenis en belangrijkheid niet van kon volgen. Hij deed al die rituelen alleen en grotendeels in stilte. Af en toe prevelde hij wat gebeden. Al zijn benodigdheden werden door andere familieleden aangedragen: kaarsjes, wierook, een schaaltje gloeiende kolen, wat stofachtig spul om daar op te gooien, en zeker vijf schaaltjes met kruiden, vruchten en/of zaden.
Vanwege de ‘Buddhist rules’ moest het in die kamer al die tijd vrijwel stil zijn. Omdat er behalve de monnik nog zeker tien andere familieleden in huis waren en die toch wel met elkaar wilden praten, speelde het familieleven zich in de achterkamer/keuken en buiten af en zat de monnik eenzaam in de grote huiskamer. Alleen van de kinderen werd toegestaan dat ze overal rondrenden. De ballon waarmee ze speelden kwam nog gevaarlijk dicht bij de religieuze kaarsjes. Mij ontbrak het ondertussen aan niets, ik had mijn thee en zoetigheden, een babbeltje met de mensen die wat engelse woorden konden, ik kreeg een rondleiding door de rest van het huis en ik bedacht dat de bananen vandaag 1,50 euro per kilo kosten in Nederland.
Nadat alle rituelen voltooid waren kon er weer vrij rondgelopen en gepraat worden. Maar iedereen die wat tegen de monnik zei, boog zich voorover of knielde tot zijn zithoogte of lager. Toen had hij nog wat te zeggen tegen de hele familie. Iedereen ging voor hem op de grond zitten. Zijn ouders, beiden niet zo kwiek en lenig meer, kostte dat nogal wat moeite. Hij bleek te zeggen dat je geen alcohol moest gebruiken. Alleen op feestjes een beetje. Een van zijn broers schijnt wel wat vaker een biertje of arrackje te lusten, begreep ik later.
Nadat hij uitgesproken was en iedereen zich weer aan zijn voeten had geworpen, vertrok hij. Met z’n drieën in de tuktuk terug (Sachini was daar gebleven) vroeg Shantha onderweg of ik zin had in een biertje. Of de monnik, die naast mij zat, moet wel heel weinig Engels kunnen, of hij had geen zin om in een rijdende tuktuk zijn preek te herhalen, maar voor mij bevestigde het weer hoe losjes de Sri Lankanen met het Boeddhisme omgaan. (Op Poja-dagen mag er vanwege de religieuze betekenis geen alcohol verkocht worden, maar dat zijn de dagen met de meeste dronken mensen op straat). Ik heb maar vriendelijk bedankt en er thuis tijdens het schrijven van dit stukje een biertje bij gepakt.
Hoewel ik hier ‘s avonds ook alleen in mijn huiskamer zit, voel ik me met alle moderne communicatiemiddelen waarschijnlijk minder eenzaam dan deze monnik die wel zijn ouderlijk huis bezoekt, maar eigenlijk helemaal geen contact meer heeft met zijn familie. En zij niet met hem. Over drie weken zal ik mijn ouderlijk huis weer bezoeken, maar niet gehinderd door welke ‘Buddhist rules’ dan ook.

De feestdagen

Gelukkig nieuwjaar!!!
Het spijt me, maar na de afgelopen week ontkom ik er niet aan om weer een ‘en toen’ verhaal te schrijven. Het was namelijk een aaneenschakeling van feestjes. Zo hoort het natuurlijk ook tijdens ‘de feestdagen’ eind december. Allemaal waren ze totaal anders en ook heel anders dan een Nederlands feest of een beachparty in Unawatuna. Dat laatste valt ook eigenlijk niet veel over te vertellen: een beetje in T-shirt en korte broek vanaf de kleurrijke zonsondergang tot in de late avond op een met palmbomen omzoomd strand zitten, met bier, sterke verhalen en langs paraderende toeristen, dat is verder niet zo bijzonder
Dan de afgelopen anderhalve week. Ik zal de festiviteiten in chronologische volgorde even voor jullie langslopen.
Op kerstavond zat ik bij Thilanka en Thiwanka naar Harry Potter te kijken op tv. Daar kwam ik natuurlijk niet binnen zonder ook een diner voorgeschoteld te krijgen. Een paar insiders onder jullie weten hpe goed de vrouw van Santeh kan koken, dus dat was wel weer prima. De film zelf kende ik al, maar het kijken ernaar blijkt toch weer anders te zijn in zo’n ander land. Omdat die familie Boeddhistisch is, draaien ze elke avond om tien uur een casettebandje met Boeddhistische gebeden. Dat is nou eenmaal traditie en de stereo staat ook keihard. Als je daardoor niets meer van de film kan verstaan, zetten ze de tv wel harder maar de stereo niet zachter. Ook al kreeg ik het idee dat zij allemaal ook de film wilde horen en niet naar de gebeden luisterden. Tja, “Buddhist rules”.s
Voor eerste kerstdag had ik Wiki’s gezin en Somathilaka uitgenodigd. Die laatste kon niet komen, maar met Wiki, Sepali en hun dochtertje was het erg leuk! Ik had me een uurtje staan uitsloven op gevulde aubergines, waar ik gelukkig rijst in gestopt had want anders was het helemaal te vreemd eten voor ze geweest. En hoe je zo’n ding dan eet, met bestek?! Sepali was wel helemaal weg van het tonijnsmeerseltje voor op de toast vooraf. In ruil voor dat recept leerde ik van haar hoe je een aubergine-curry moet maken. “Die is heel simpel, dat hoef je niet op te schrijven, onthoud je wel”. Hmm, toch nog eens navragen welke tien kruiden er nou in moeten. Wiki was overigens erg blij met de gelegenheid om zijn nieuwe digitale camera uit te proberen. Ik moet de foto’s nog even van hem zien te krijgen…
Maandag (tweede kerstdag) had ik mijn privé feestje, want zoals het een goed kerstdiner betaamt was er genoeg over om nog een dag van te kunnen eten.
Dinsdag was en nog een dag van decadentie. Mr, Nayanakumara, een van de Operations Engineers, heeft een baan gekregen bij Norotel in Zweden (vlak bij Marijke en Joost). Dat afscheid moest gevierd worden in de VIP bungalow boven het reservoir. Inderdaad dezelfde plek als het afscheidsdiner van Fundi met Ada, Herman en Carina eind november. Het was me al eerder verteld en zelf opgevallen dat de volgorde van dingen op een Sri Lankaans feestje wat anders is dan in Nederland. Waar je in NL eerst wat te drinken krijgt met evt een hapje vooraf, dan gaat eten en daarna nog een tijd natafelt, nog meer drinkt en dan maar eens aftaait, hebben ze hier al het drinken geconcentreerd aan het begin van de avond. Wel zo praktisch: zonder eten in de maag heb je minder drank nodig. Zodra het eten komt, weet je dat het feestje bijna afgelopen is. Het eten zelf is dan meer iets van “moet ook gebeuren”. Mensen praten dan niet veel met elkaar en daarna gaat iedereen weg. Als het nou een zeer gezellig feestje is waarvan niemand wil dat het afgelopen is, dan eet je dus pas tegen 12 uur ‘s avonds. Zoals dinsdag dus ook.
Woensdag was er een feestje voor alle mensen uit het dorp. Dat was zo gezellig dat ik maar voor het eten ben weggegaan, want de volgende dag moest er weer gewerkt worden. Wel weer een unieke ervaring: iedereen zat op de grond rond een paar muziekanten en zong luidkeels alle Singalese hits mee.
Donderdag en vrijdag had ik even rust, maar zaterdag ging ik met Vinoth naar Colombo om ‘ ’31st night’ te vieren, zoals ze het Westerse oud&nieuw hier noemen. Echt een groot feest is dat niet Sri Lanka, want hun nieuwjaar is op 14 april. Maar omdat Colombo toch de meest Westerse stad is, was daar wel wat te beleven. Op het Galle Face Green (het museumplein van Colombo, maar dan naast de oceaan) was een podiumpje neergezet met grote videoschermen ernaast. Een heel veld vol Sri Lankaanse jongens (nauwelijks vrouwen) ging uit hun dak bij alle muziekstijlen die voorbij kwamen: Singalees, Hindi en Engelstalige hits uit een hele oude doos, maar ook reggae en zelfs een Spaanstalig nummer. De politie had alle alcohol en vuurwerk verboden, dus liepen er overal dronken mernsen en was er nog best wat vuurwerk te zien. Wij hebben ook onze sterretjes nog aangestoken (foto’s daarvan en van kerst hoop ik komend weekend online te zetten, ben ze nu vergeten).
Vanavond, tot slot, komt het hele gezin van Santeh bij mij eten. Ik ben benieuwd wat ze van mijn Bolognesesaus gaan vinden…

En toen was er nog maar één…

Daar zit je dan, met je goeie gedrag. Maar desondanks alleen. Toen ik dinsdag tegen Somathilaka zei ‘vanaf morgen zit ik hier alleen’, reageerde hij meteen opgewekt dat dat helemaal niet waar was want zij zijn er allemaal nog. En dat is natuurlijk zo, gelukkig. Woensdag op het Power Station was het nog vrij stil (Wiki loopt meer rond bij Somathilaka dan dat hij achter zijn bureau zit), maar ‘s avonds moest ik echt moeite doen om nog aan eten toe te komen. Eerst anderhalf uur gevolleybald met een boel mensen waar ik eigenlijk alleen Manyu (de tea boy), Thilanka en zijn vader Santeh van kende. De rest schijnt ook in het dorp te wonen… Het was een fanatiek potje waarbij er tussendoor veel geouwehoerd werd, in het Singhalees. Daar begrijp ik nog steeds weinig van, maar wel zoveel dat ik doorhad dat ze vrij veel commentaar op elkaar hebben bij een verkeerde bal (maar weer niet bij mij) en een beetje van de puntentelling. Toch handig om te weten dat je een setpoint speelt als het vissihatara – ahta staat… Gelukkig vertaalden ze dat af en toe nog wel voor mij. Na het volleyballen, nog voor ik gedouched had, kwam Thivanka langs, de tweelingbroer van Thilanka. Behalve hun naam lijkt hun gezicht ook behoorlijk op elkaar. Hun moeder schijnt ze zelfs niet altijd uit elkaar te kunnen houden. Thivanka bleef een uurtje of twee zitten, heel gezellig. We hebben wat sommetjes gemaakt want dat vond hij leuk (en het bijles geven in wiskunde kan ik natuurlijk ook niet laten) en ik heb hem in het Nederlands tot tien leren tellen. Ain, twie, dvrie… Op het werk kreeg ik donderdag ook wel weer genoeg aandacht. Of het niet stil is in mijn eentje, of ik al plannen heb voor kerst, of Fundi al thuis is.
Toch wordt Fundi ook gemist (gelukkig). Zelfs Chamilla, het kassameisje bij de supermarkt in Balangoda, vroeg naar hem, net als de vrouw bij de bakker, en de bewakingsmeneeren. Fundi: Somathilaka en Sepala waren blij te horen dat je veilig bent aangekomen, toen ik bij de lunch vertelde van de sms die ik kreeg op het moment dat ik zat te ontbijten en waarin je schreef dat je maar eens ging slapen. Toch leuk, zo’n tijdsverschil. Alles goed gegaan met vliegen en bagage en dat soort dingen?
Ondertussen heb ik maar eens mijn kerstweekend gepland. Vandaag ben ik in Balangoda om de kerstboodschappen te doen (zoals jullie ook allemaal doen vandaag…) en dan valt het op dat het nog behoorlijk leeft hier, kerst. In een land waar maar 8% christen is. Maar kerst is toch het feest van de Westerse wereld en dus modern en dus hip. De dames bij de Food City supermarkt lopen met kerstmutsen op (ja, ook Chamilla), bij de Golden Sun City broodjeswinkel staat zelfs een kerstboom en er zijn nergens meer konijn, kalkoen en kerstkransjes te krijgen… eh, ja dat allitereert gewoon lekker. In Colombo schijnen zelfs hele straten versiert te zijn met lampjes enzo. Maar verder vieren de mensen het hier niet. Op het Power Station werkt één Christen en de rest is Boeddhist. Dus heb ik maar een initiatiefje genomen en Wiki, zijn vrouw Sepali en Somathilaka uitgenodigd om zondag bij mij te komen dineren. Er is hier geen wijn te krijgen en dus ook al geen ingrediënten met een k, maar ik brouw wel wat moois. Nog even verzinnen wat precies.
Vanavond ben ik trouwens uitgenodigd om bij Thilanka en Thivanka naar Harry Potter (deel 1) te kijken op tv. Toen Santeh dat hoorde heeft ie me meteen maar uitgenodigd om dan ook te blijven eten. Echt vereenzamen zal ik dus niet. Ik was eerst ook nog uitgenodigd om met Wiki naar zijn geboortedorp in het zuiden te gaan, maar dat ging helaas niet door omdat hij eerst even het huwelijk van een vriend moest regelen (hij wist nog wel een kennis met een dochter die wel een man zocht) en daarna vandaag naar de begrafenis van de man van de dochter van de zus van zijn vader, da’s iets minder leuk dus.
Maandag zal ik weer gewoon aan het werk zijn. Tweede kerstdag vieren ze al helemaal niet. Integendeel, dan is het precies een jaar na de tsunami. Zelfs zo ver van de kust als in Balangoda is er een grote herdenkingsbijeenkomst.

Nog even terug naar het begin van de week. Vanaf onze terugkomst op zondag van de Grote Trek door het land stonden de dagen in het teken van Fundi’s vertrek. De laatste keer squashen, nog even volleyballen, nog een keertje bij Santeh langs, wel drie keer ‘voor altijd tot ziens’ zeggen tegen de kok van de Circuit Bungalow, en nog voor ik dinsdag terugkwam van het Power Station was alles ingepakt en moest ik inschatten of het toch alsjeblieft niet als meer dan 20kg aanvoelde. Hebben ze je er nog op betrapt? Tussen alle goodbye’s door kwam een oude vriend ook nog even gedag zeggen: Willem, onze huisslang (da’s een totaal ander soort dan de tuinslang) van maanden geleden, kwam nog even gedag zeggen. Of het echt Willem was weten we niet, maar zo’n kronkelige verrassing van een meter in de huiskamer is toch wel weer even schrikken. Gelukkig is hij zonder happen en met een beetje hulp van wat security guards naar buiten geschoven. En er is een foto van, want zonder dat was het natuurlijk geen mooi verhaal.

Tot slot: ik kreeg het commentaar dat de stukjes op deze weblog te lang en te onpersoonlijk zijn. Dat eerste heb ik met deze log alweer genegeerd en over het tweede: verder dan een kus voor Saskia en een aai over de bol van Jurjen wil ik daarin niet gaan, zo in het openbaar
Ik kan wel proberen om er wat minder ‘en toen’ verhaaltjes van te maken door het elke keer over een onderwerpje uit het leven hier te hebben (ik wil het geen thema noemen, want dat klinkt zo geordend…). Armoede, gastvrijheid, de Grote Droom van werken in het buitenland, ‘Een dag uit het leven van een Sri Lankaans overheidsbedrijf’, de beachparties in Unawatuna, wat willen jullie lezen? Of ik kan de vragenrubriek ‘Even aan Sri Lanka vragen’ in het leven roepen. Genoeg stof om de feestdagen mee door te komen. Ik wacht jullie reacties af.

Vanuit een zonnig Sri Lanka wens ik jullie allemaal een warm kerstfeest en alvast een sprankelend, creatief, wijs, vreugde- en liefdevol 2006 toe! Blijf je verbazen, dan doe ik dat ook!

Terug van weggeweest

De vakantie is weer voorbij… aaah… Jochem is weer aan het werk gegaan vandaag. En ik zit nu in Balangoda in een internetcafe m’n laatste dingen te regelen voor vertrek!!

Over de afgelopen periode kunnen we natuurlijk een hoop vertellen, maar een foto zegt nog altijd meer dan 1000 worden (cliché.. oke oke.. ik weet het), maar daarom staan er weer een paar foto’s online (excuus dat het er zo weinig zijn deze keer ).
Het was echt GEWELDIG! Zoals de ouders van Jochem ook al schreven bij de reactie op de vorige log!
Nadat zij vertrokken waren zijn wij rustig doorgegaan met wat we het laaste uur ook met hun gedaan hebben: bakken aan het strand, dobberen in zee. Dat hebben we toch nog ongeveer een week volgehouden (met gelukkig ‘s avonds regelmatig een feestje). Waarna we afgelopen weekend met Johan naar Sri Pada (ook wel Adam’s Peak genaamd) zijn gegaan: een van de belangrijkste bedevaarstoorden voor Boeddhisten. Het is de plek waar volgens de legende Boeddha zijn laaste voetstap op aarde zette, voordat hij Nirvana berijkte. Gelegen op een hoge bergtop, leiden 5000 traptreden je naar die voetafdruk. Om er voor zonsopgang te zijn moet je om 3 uur ‘s nachts vertrekken en dan heb je prachtig uitzicht (was ons belooft). Helaas helaas.. niet voor ons: mist mist en nog eens mist. De klim en het dalen was een leuke fysieke inspanning.. en het “Herbal-bath” dat in ons guesthouse op ons wachtte maakte gelukkig veel goed.

Terwijl Jochem zijn stage weer oppakt, is voor mij de laatste week begonnen. Morgen pak ik m’n tas in en woensdag vertrek ik naar Negombo, vanwaar iemand van het guesthouse daar me donderdag voor 6 uur ‘s ochtends op het vliegveld aflevert!
M’n vluchtschema donderdag ziet er zo uit:
9:00 vertrek uit Colombo met vlucht QR301, aankomt in Doha: 11:10
13:10 vertrek uit Doha met vlucht QR23, aankomst Frankfurt: 18:05
21:25 vertrek uit Frankfurt met vlucht LH 4688, aankomst Schiphol: 22:35

Vooral de ruim drie uur wachten op Frankfurt lijkt me erg leuk…

Tot snel mensen!!

Groeten, ook namens Jochem,
Fundi.

Dank u Sinterklaasje!!

De Sint had ons hier natuurlijk al erg verwend zoals jullie al hebben meegekregen, maar hij had dit jaar nog meer in petto!
Ik kreeg drie week geleden ofzo namelijk een brief van het post kantoor in Colombo, dat er een pakketje voor me was aangekomen.. afzender werd niet genoemd. Of ik die even kwam ophalen, beetje raar dat ze die niet gewoon door konden sturen naar Balangoda.. maarja, we zijn tenslotte wel in Sri Lanka… waar niet alles logisch en efficient gaat.
Na een lange zoektocht in Colombo gisteren (het adres op de brief bleek ook nog eens onjuist) om 5 minuten voor sluitingstijd toch nog op de plaats van bestemming aangekomen. En tien handtekeningen en een paar minuten wachten later kon ik toekijken hoe twee Sri Lankanen achter een glaswand mijn pakket gingen openmaken. Toen de doos openging ontbrak er bij Jochem en mij een brede grijns: een doos vol kadootjes, van de Sint! Beetje zuur dat diezelfde Sri Lankanen daarna aanstalten maakten om mijn Sinterklaas kadootjes te gaan openmaken terwijl we stonden toe te kijken.
Het bleek een doos vol lekkernijen, en het werd ook duidelijk waarom ik er helemaal voor naar Colombo moets: de douane hond was buiten westen geraakt toen hij stinkende stuk kaas dat ook in de doos zat geroken had.. .. beetje dubieusche inhoud om zomaar door te sturen..

Sinterklaas(en) bedankt!!! Echt super dat u zo goed aan mij denkt! Het zuikergoed is in dit gezelschap in goeie handen

Goed, tijd om verder te gaan! Kandy is veel te mooi om er tijd achter de PC door te brengen!

Groeten, ook namens de anderen,
Fundi