Voor ik het vergeet zeg ik het eerst maar even: de foto’s die ik dinsdag vergeten was, staan nu wel online.
Dat heb je soms, dat je ‘s ochtends echt niet zou weten wat er nu weer op de weblog moet, want de hele week is er niets bijzonders gebeurd, en ‘s avonds blijk je toch iets meegemaakt te hebben wat je echt met de wijde wereld moet delen.
Gisteren (zaterdag) aan het begin van de middag stond Shantha (=Santeh, maar nu hoe je het echt blijkt te schrijven) voor de deur. Of ik zin had om even mee te gaan naar het huis van de familie van zijn vrouw. Ik had nog niet echt iets gepland voor de dag, dus waarom zou ik niet meegaan. Ik verwachte dat het voor mij een ‘standaardbezoekje’ aan een Sri Lankaanse familie zou zijn, zoals ik die al vaker meegemaakt had bij o.a. Mr. Somathilaka, Wiki en bij Shantha zelf: Je wordt zeer gastvrij uitgenodigd en onthaald en krijgt direct thee en een schaal met zoveel cakejes en typisch Sri Lankaanse koekjes voorgezet dat je er makkelijk mee zou kunnen dineren. Dan zijn er vaak twee soorten onderwerpen: de trotsen van de gastvrije familie en de nieuwsgierigheid in de vreemde bezoeker. Bij dat eerste zijn er natuurlijk de (familie)foto’s die getoond worden: al of niet vergeelde plaatjes uit succestijden. Bij Shantha zijn dat de foto’s van zijn zoon Thilanka waarmee hij vorig jaar naar India is geweest voor een crickettoernooi waar hij aan meedeed, bij Vinoth waren het foto’s uit het jaar dat hij in Colombo bij de Kentucky Fried Chicken werkte. Natuurlijk moet het huis laten zien worden, alle familieleden voorgesteld (ouders, ooms, tantes, neven en nichten wonen soms in hetzelfde huis) en worden er nog meer van de geweldige kookkunsten voorgezet in de vorm van cakejes, koekjes en soms rice&curry. Bij de interesse in mij (of ons, in Fundiaanse tijden) gaat het vooral om wat ik van Sri Lanka vind, of we dit of dat in mijn land ook hebben en hoe duur alles er wel niet is (en hoeveel Rupees is dat dan?). Dat een kilo rijst wel eens een euro kan kosten en een kilo bananen nog meer, is toch echt onvoorstelbaar. Dat is hier beide omgerekend nog geen 30 eurocent…
Als je op bezoek bent in een huis waar ook mensen van buiten die familie zijn, of het is een meer openbaar feestje van iemand, dan speelt het showen ook mee. Want contacten hebben met een blanke staat voor een soort status. Dat zo’n blanke (wiens soort toch de wereld regeert) de tijd en de moeite heeft genomen om bij jou langs te komen en interesse getoond heeft in jouw familie, daar mag je mee pronken. Vooral bij armere families geldt dat. Het is net alsof Sinterklaas bij je langs komt, als enige bezoek in de straat.
Bij elk bezoek en in elk huis is het natuurlijk wel weer anders, zo’n bezoek bij een Sri Lankaanse familie is in elk geval elke keer weer een hoogtepunt!
Maar deze keer was het echt anders, en niettemin een hoogtepunt. Ik was namelijk eens niet de hoogste gast. Ik moest er zelf ook even aan wennen…
De familie van Shantha’s vrouw, Anulla, woont zo’n 30km van Kapugala. We gingen er met Shantha’s tuktuk heen. Shantha, zijn dochtertje Sachini, een broer van Anulla en ik. Anulla zelf bleek daar al te zijn. Die broer van haar is een Boeddhistische monnik en bezocht zijn ouderlijk huis. Monniken hebben hier een behoorlijk hoog aanzien. Als er bijvoorbeeld een monnik de bus in stapt, wordt, hoe stampvol de bus ook is, altijd de voorste bank voor hem vrijgemaakt. Toen we daar het huis binnenkwamen, bleek er stoel centraal in de kamer klaar te staan voor de monnik. Voor Sri Lankaanse begrippen was het een fauteuil, en hij was compleet bedekt met een wit kleed. Er stond een klein tafeltje voor, ook met wit kleedje. Toen hij ging zitten knielden direct alle familieleden een paar seconden voor hem neer. Ik was inmiddels naar een bankje aan de zijkant gedirigeerd. Hij kreeg natuurlijk direct een kop thee en wat lekkers te eten en de volgende anderhalf uur was hij bezig met allerlei rituelen waar ik helaas de betekenis en belangrijkheid niet van kon volgen. Hij deed al die rituelen alleen en grotendeels in stilte. Af en toe prevelde hij wat gebeden. Al zijn benodigdheden werden door andere familieleden aangedragen: kaarsjes, wierook, een schaaltje gloeiende kolen, wat stofachtig spul om daar op te gooien, en zeker vijf schaaltjes met kruiden, vruchten en/of zaden.
Vanwege de ‘Buddhist rules’ moest het in die kamer al die tijd vrijwel stil zijn. Omdat er behalve de monnik nog zeker tien andere familieleden in huis waren en die toch wel met elkaar wilden praten, speelde het familieleven zich in de achterkamer/keuken en buiten af en zat de monnik eenzaam in de grote huiskamer. Alleen van de kinderen werd toegestaan dat ze overal rondrenden. De ballon waarmee ze speelden kwam nog gevaarlijk dicht bij de religieuze kaarsjes. Mij ontbrak het ondertussen aan niets, ik had mijn thee en zoetigheden, een babbeltje met de mensen die wat engelse woorden konden, ik kreeg een rondleiding door de rest van het huis en ik bedacht dat de bananen vandaag 1,50 euro per kilo kosten in Nederland.
Nadat alle rituelen voltooid waren kon er weer vrij rondgelopen en gepraat worden. Maar iedereen die wat tegen de monnik zei, boog zich voorover of knielde tot zijn zithoogte of lager. Toen had hij nog wat te zeggen tegen de hele familie. Iedereen ging voor hem op de grond zitten. Zijn ouders, beiden niet zo kwiek en lenig meer, kostte dat nogal wat moeite. Hij bleek te zeggen dat je geen alcohol moest gebruiken. Alleen op feestjes een beetje. Een van zijn broers schijnt wel wat vaker een biertje of arrackje te lusten, begreep ik later.
Nadat hij uitgesproken was en iedereen zich weer aan zijn voeten had geworpen, vertrok hij. Met z’n drieën in de tuktuk terug (Sachini was daar gebleven) vroeg Shantha onderweg of ik zin had in een biertje. Of de monnik, die naast mij zat, moet wel heel weinig Engels kunnen, of hij had geen zin om in een rijdende tuktuk zijn preek te herhalen, maar voor mij bevestigde het weer hoe losjes de Sri Lankanen met het Boeddhisme omgaan. (Op Poja-dagen mag er vanwege de religieuze betekenis geen alcohol verkocht worden, maar dat zijn de dagen met de meeste dronken mensen op straat). Ik heb maar vriendelijk bedankt en er thuis tijdens het schrijven van dit stukje een biertje bij gepakt.
Hoewel ik hier ‘s avonds ook alleen in mijn huiskamer zit, voel ik me met alle moderne communicatiemiddelen waarschijnlijk minder eenzaam dan deze monnik die wel zijn ouderlijk huis bezoekt, maar eigenlijk helemaal geen contact meer heeft met zijn familie. En zij niet met hem. Over drie weken zal ik mijn ouderlijk huis weer bezoeken, maar niet gehinderd door welke ‘Buddhist rules’ dan ook.